Actueel weer:
buien NL BR
satelliet NL BR
weerkaarten temperatuur, wind, neerslag, etc BR
waarnemingen KNMI
weerkaarten met stationplots NW-EUR
Duitse weerkaart van vandaag met namen druksystemen
verwachting per plaats in grafiek (Noorse site)
UV Europa
zonkracht NL
SMOG – RIVM
luchtverontreiniging
pollen BR
overzicht kaarten gezondheid en lucht – BR
weerstatistieken met dagrecords
weergegevens met bijv. extremen
Verwachtingen:
korte termijn – KNMI
korte termijn – quidance
korte termijn – MC
verwachting in tekst BR
verwachting in tekst WOL
KNMI weersverwachting
stromingskaarten NL
lange termijn BR per plaats met symbolen
lange termijn 5 dg – KNMI
lange termijn – modelbeoordeling
pluim per regio BR 15-daagse
pluim KNMI – weer-en klimaatpluim (interactief)
pluim MC- versch modellen
weerpluimen.nl – met diverse modellen in één pluim (interatief)
seizoensverwachting KNMI
weerkaarten komende 3 dg KNMI
extreem weer – EUR estofex
meteo alarm – EUR
Achtergrondinformatie:
wolkenatlas WMO
weernieuws MC
weernieuws onweer online
weercolumns BR
uitleg over weeralarm KNMI
Klimaat:
klimatologie KNMI
klimaatatlas Nederland
De smeltende noordpool 1987-2011
tussenstand poolijs
actuele co2-waardes
Het heeft lang geduurd, maar nu komt de zomer toch echt op gang!
Niet iedereen kan daar even goed tegen. Vooral ouderen en mensen met hart- en vaatproblemen hebben moeite met warme dagen. Het hangt er ook sterk vanaf hoeveel vocht er in de lucht zit. Zo kan een 30 graden op vakantie ver weg heel anders aanvoelen dan 30 graden in ons eigen land! Er is wel een manier om te weten hoe mensen de warmte ervaren: door niet alleen te kijken naar de officiële temperaturen in de thermometerhut (gemeten in de schaduw!), maar door ook de gevoeltemperaturen te berekenen.
Hitte-Index
Bij hoge luchtvochtigheid kun je je warmte niet goed kwijt (door verdampen van zweet koelt je lichaam af). Daarom is er een hitte-Index, die aangeeft wanneer je extra moet oppassen. Het is de zomervariant van de wind-chill: de gevoelstemperaturen bij de combinatie van kou en wind.
Let op: deze gevoelstemperaturen zijn geen gemeten waarden, maar een benadering hoe een mens de combinatie van temperatuur op de thermometer en luchtvochtigheid kan ervaren. In de schaduw, uiteraard!
Meer uitleg over de hitte-index vind je op deze site.
De actuele gevoelstemperatuur vind je hier.
Beat the Heat
Heb jij snel last van de warmte? Dan zijn hier de belangrijkste tips wat te doen bij (aanhoudende) hitte:
Bescherm je tegen de zon (schaduw, zonneklep/zonnehoed, zonnebril, lichte ademende kleding. Tip: bedenk hoe inwoners van warme landen zich kleden. Meestal wijde, lichte kleding (die ook armen en benen bedekt buiten). Licht van gewicht en kleur!
In huis, op kantoor en op school: hou ramen en deuren dicht, zolang het buiten warmer is dan binnen. ’s Ochtends heel vroeg alles even luchten en daarna de boel dicht. Tip: het liefst de zon weren aan de buitenzijde van je huis. Als dat niet kan, dan helpen gordijnen of lamellen aan de binnenzijde ook iets.
Herken de klachten van oververhitting!
Signalen dat de warmte wellicht teveel wordt: vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid en hoofdpijn. Daarnaast kunnen huidproblemen optreden zoals jeuk en uitslag met blaasjes. In ernstige situaties kan door uitdroging kramp, misselijkheid, uitputting, flauwte en bewusteloosheid optreden. Symptomen van een zonnesteek vind je hier. Als dan niet adequaat gehandeld wordt is er gevaar voor een hitteberoerte.
Als iemand te warm aanvoelt (hoge koorts), verward of gedesoriënteerd lijkt, moeilijk ademt of misselijk wordt, waaarschuw dan direct een arts. Maar probeer vooral te voorkomen dat het zover komt.
RELAX…
Ik hoop dat de meesten gewoon kunnen genieten van zinderend zomerweer.
We boeken immers zomervakanties naar de meest warme oorden. Nu kost je dat niets en heb je het in je achtertuin (of balkon)! Wil je weten hoe lang het duurt? Bekijk dan de pluim.
Ultieme tip: Doe zoals inwoners van hete landen. Zij weten wat te doen met deze weersomstandigheden. Een Siësta is niet altijd mogelijk. Rustig aan doen wel. Je hebt nu de tools in handen. Geniet. Relax!
Bronnen:
– https://www.rodekruis.nl/hulp-in-nederland/noodhulp-in-nederland/hulp-bij-rampen/voorbereiding/documents/rode%20kruis-checklist-hitte.pdf
– https://www.rodekruis.nl/hulp-in-nederland/noodhulp-in-nederland/hulp-bij-rampen/voorbereiding/hitte
We staan er niet bij stil, maar onze zon is de motor van het leven op aarde. Het is een ster op ongeveer 150 miljoen km afstand. Het licht doet er een minuut of 8 over om de aarde te bereiken. Als dat met de snelheid van een vliegtuig zou gaan (1000 km/uur) dan zou het licht er 17 jaar over doen!
We ontvangen precies genoeg zonnestralen om het niet te koud en niet te warm te hebben. Daarbij hebben wij het geluk van een atmosfeer met broeikasgassen. Zonder die atmosfeer met zou het gemiddeld -18℃ zijn. Daarbij zou de variatie tussen dag en nacht veel groter zijn dan wij kennen. Overdag zou het wel boven de honderd graden kunenn zijn en in de nacht minstens honderd graden onder het vriespunt. Gloeiend heet en ijskoud, dus. De atmosfeer maakt het leefbaar.
De atmosfeer is een soort deken die de warmte vasthoudt en het verschil tussen dag en nacht tempert. Dankzij broeikasgassen is onze aarde comfortabel warm met gemiddeld +15 ℃.
Je hebt vast wel eens gehoord van de belangrijkste broeikasgassen:
– waterdamp H2O (sterkste broeikaseffect vanwege de grote hoeveelheid in de atmosfeer. Menselijk aandeel is verwaarloosbaar)
– kooldioxide CO2 (kleurloos en reukloos gas, niet-giftig, wordt door mensen uitgeademd en door planten weer opgenomen. Komt vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen, bij compostering en rotting)
– methaan CH4 (kleurloos en reukloos gas, brandbaar, komt van nature voor in moerassen en venen, smeltende permafrost, bij bosbranden en rottend materiaal. Menselijke invloed uitstoot via vuilstortplaatsen, rijstbouw, veeteelt, landbouw en verbranding fossiele brandstoffen. Vormt de basis van aardgas. Opwarmend effect 21 keer die van CO2)
– distikstofoxide N2O (lachgas) (kleurloos en lichtzoet-ruikend gas, wordt gebruikt bij verdovingen, om motoren meer vermogen te geven. Uistoot via landbouw (mest en kunstmest), chemische industrie, afvalverbranding, verbranding fossiele brandstoffen. Opwarmend effect 300 keer die van CO2 Hoeveelheid klein, maar kan wel 150 jaar in atmosfeer blijven voor het afgebroken wordt)
– chloorfluorkoolstofverbindingen (CFK’s) (zat vroeger in spuitbussen en in koelvloeistoffen van o.a. koelkasten, is uitgebannen omdat het ook de ozonlaag ernstig aantast. Sommige van deze gassen hebben een opwarmend vermogen dat meer dan 20.000 keer sterker is dan die van CO2)
Doordat wij de laatste 150 jaar meer van deze gassen in de atmosfeer brengen, wordt het broeikaseffect sterker en warmt de aarde (aantoonbaar door menselijk toedoen) verder op. Dat geeft een domino-effect met extremer weer, intensere orkanen, smelten ijskappen, hogere zeespiegel, verzuren van de oceanen, etc.
Maar de zon
doet meer. De zon warmt de aarde op, maar niet gelijkmatig. Boven de evenaar is de zonkracht het sterkst, boven de polen het zwakst (vergelijk maar dat je eenzelfde bundel licht recht op een oppervlakte schijnt of er schuin tegenaan). Daardoor ontstaan er temperatuurverschillen en komt de lucht en oceaan in beweging. Zo ontstaat ons weer.
Die zonne-energie kun je ook opvangen. Elk half uur ontvangt de aarde meer energie dan wij in een jaar kunnen opmaken. Je kunt je voorstellen dat als je een zonneboerderij in de Sahara zou aanleggen, je maar een klein oppervlakte nodig hebt om alle ruim 7 miljard aardbewoners van energie te voorzien! Er zijn wel eens initiatieven geweest, zoals Desertec
Ook door het jaar heen varieert de hoeveelheid zon die we in Nederland ontvangen. Dat heeft te maken met de seizoenen. Onze aarde staat enigszins gekanteld, waardoor in ons rondje om de zon (in 365,25 dagen) wij in onze winter meer afgekeerd staan van de zon en in de zomer naar de zon toegekeerd staan. In Nederland zien we dat de zon in de zomer hoger aan de horizon staat dan in de winter. En dichter naar de evenaar toe komt de zon ook steeds hoger te staan.
De lente begint bij ons wanneer de zon de evenaar passeert van het zuidelijk halfrond naar het noorden. Dat is meestal rond 20 of 21 maart. Van bovenaf bekeken maakt de zon een slingerbeweging vanaf de evenaar, naar de noorderkeerkring/kreeftskeerking (rond 21 juni – start onze zomer), weer terug naar de evenaar (paseert rond 21 september- begin onze herfst) en dan naar de zuiderkeerkring/steenbokskeerkring (bereikt die rond 21 december, begin van onze astronomische winter). Als het bij ons winter is, is het dus op het zuidelijk halfrond zomer!
De aarde draait in een jaar om de zon, maar we hebben ook nog een maan die in 29 dagen om de aarde draait. Het zonlicht verlicht de maan, waardoor wij hem (gedeeltelijk) kunnen zien. Meer info. (linkerplaatje)
De maan heeft ook invloed op het water op aarde. Eb en vloed ontstaan door een aantrekkingskracht van de maan met de aarde (rechterplaatje).
Maar de maan en zon samen kunnen ook bijzondere schouwspelen veroorzaken. Zoals de zonsverduistering en de maansverduistering.
In ons land is 28 september 2015 een volledige maansverduistering te zien (links). Meer. De maan schuift dan door de schaduw van de aarde
Op 20 maart 2015 is er een zonsverduistering, die in Nederland gedeeltelijk te zien is (links). Meer daarover op wiki of een amerikaanse site. De maan schuift dan tussen de zon en de aarde in, waardoor er een (gedeeltelijke) schaduw van de maan over de aarde trekt. Het wordt bij ons een klein beetje donkerder. Het schijnt dat je aan de schaduwen op de grond ook de hap uit de zon kunt zien. Diezelfde dag begint bij ons de astronomische lente!
Ook al is de zon veel groter dan de maan, toch lijken ze voor ons evengroot. Dat komt omdat ze zon evenredig verder weg staat. De maan is 400 keer kleiner dan dezon, maar de zon staat 400 keer verder weg. Overigens als de zon een voetbal is van 23 cm doorsnee, dan is de aarde een speldenknopje groot van 2,1 mm (factor 109!). De maan is dan 0,57 mm in diameter!
NB Neem geen risico! Kijk alleen naar de zon met een speciale eclipsbril! Ze zijn voor een paar euro te koop en bij sommige brillenwinkels zelfs gratis af te halen. Ook kijken in de zon met bewolking kan schade aan je ogen opleveren! Een zonnebril voldoet zeker niet. Ook een CD-disk beschermt niet goed genoeg tegen de schadelijke UV-stralen.
Nóg veiliger is een rond gaatje te maken in een papiertje en daar de zon doorheen te laten schijnen naar de muur of de grond. Dan zie je ook de hap uit de zon geprojecteerd! Met een vergiet krijg je heel veel mini-zonnetjes met hapjes eruit op de grond of muur. Allemaal smileys! Kijk nooit rechtstreeks naar de zon!!!
Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Zonne-energie
http://www.klimaatatlas.nl/
http://www.kennislink.nl/publicaties/klimaatverandering
http://hemel.waarnemen.com/
r wordt een aantal keuzes gemaakt in:
– Resolutie (hoe nauwkeurig ga je een gebied berekenen). Hoe beter de resolutie, hoe meer rekentijd nodig. Een foto van 2700×1800 pixels heeft meer geheugenruimte nodig dan eentje van 300×200.
– Bereik (neem je alleen de Noordzee, Europa of de hele wereld). Hoe groter je gebied, hoe lager de resolutie in je model moet zijn om de rekentijd binnen de perken te houden. Als je een klein gebied pakt, kun je nauwkeuriger berekenen, maar het beperkt je meteen in de tijd waarmee je vooruit kunt kijken. Weer van een paar dagen vooruit komt honderden tot soms duizenden kilometers bij ons vandaan. Er wordt wel eens gezegd: Canada is de kraamkamer van ons weer.
– Tijd (kijk je een paar uur vooruit, een paar dagen, een paar weken of een heel seizoen). Hoe verder je vooruit kijkt, hoe groter de kans is dat een weersverwachting niet blijkt te kloppen. Een kleine verandering die over het hoofd is gezien in het begin, kan tot een hele andere uitkomst leiden. Voor de eerste uren zal dat nog wel mee vallen, maar dagen verder geeft dat wel ander weer. Laat staan dat je weken of maanden vooruit wilt kijken. Dan gaan andere zaken een rol spelen zoals bijv. lange termijn verschijnselen in atmosfeer en de oceaan, ijssmelt in Groenland, langdurige droogte of hitte bij aanvang van de berekening. Dan kom je meer op het terrein van klimaat.
Apps
Met de weersverwachtingen in de apps loop je tegen de beperking aan dat het vaak één rekenmodel is met een grovere resolutie, die gratis of voor weinig te koop is voor de weerprovider die de app invult. En misschien wel het belangrijkst: er heeft geen meteoroloog naar gekeken. Nu klink ik als een bakker die zijn eigen gebak aanprijst of “Wij van WC-eend adviseren WC-eend”. Maar ik kan het uitleggen.
Weermodellen geven een uitkomst voor bepaalde tijdstippen (bijv. 00 GMT en 12 uur GMT). Daartussenin moet je interpoleren voor de andere tijdstippen. Het kan regenen volgens het model om 00 en 12 uur, maar tussen 2 en 10 uur kan het droog zijn. Dat zie je dan niet. Sommige modellen geven ook tijdstippen voor om de 6 of om de 3 uur. Dan kom je al dichterbij, maar dan krijg je nog het probleem van locatie. Een weermodel kan niet voor elke vierkante meter een verwachting geven, dus komen er roosterpunten uit (bijvoorbeeld elke 32 kilometer). Daartussenin kan het weer dus anders zijn, zeker als het landschap veel variatie biedt op korte afstanden. Een meteoroloog geeft dan een waardevolle aanvulling en een interpretatie van de betrouwbaarheid.
Pluim
Nu kun je ook met één weermodel gaan variëren om die onzekerheid in kaart te krijgen. Daarvoor wordt de Ensemble gebruikt (EPS = Ensemble Prediction System), in volkstermen ‘de pluimverwachting’. Die naam Pluim komt van de uitwaaierende lijntjes naar mate de tijd vordert. Het lijkt op een rookpluim. Sommigen associëren het met spaghettislierten en noemen het de spaghetti-verwachting.
Het KNMI gebruikt de ECMWF verwachting (een Europees weermodel bekostigd door de lidstaten). Daarbij wordt de operationele ECMWF verwachting (de eigenlijke weersverwachting met label T1279, roosterpuntsafstand ~16km) herhaald met 51 verwachtingen met een model met lagere resolutie (met label T639, roosterpuntsafstand ~32 km). Daarmee wordt rekentijd bespaard, maar kun je wel zien hoe anders een verwachting zou uitpakken als er een kleine variatie is in de begintoestand.
Ieder van die verwachtingen heeft een licht verstoorde begintoestand, om het effect van onzekerheden in die begintoestand te simuleren. Bijvoorbeeld een kleine afwijking in temperatuur, in luchtdruk, in straling. Iedere individuele modelberekening geeft zijn eigen verwachting voor temperatuur, luchtdruk, neerslag, 2m temperatuur, windsnelheid. Ook de operationele verwachting wordt met een lagere resolutie berekend (dat heet de controlerun). Dan kun je het verschil zien tussen dezelfde uitgangsituatie berekend met een grover en met een fijnmaziger model. Overigens als computers weer sneller worden, wordt de resolutie verbeterd. Vroeger hadden we 32 km roosterafstand, nu 16 km, over een paar jaar wordt die afstand weer kleiner. Dus de controle run is de vroegere operationele run.
De uitkomsten van de pluim geeft verwachtingen voor neerslag, 2m temperatuur en windsnelheid in 1 roosterpunt (de Bilt). Hier zie je een voorbeeld met de meest recente pluim: http://www.buienradar.nl/pluim
De rode lijn: de operationele T1279 ECMWF verwachting (roosterpuntafstand 16 km) (de eigenlijke weersverwachting)
De blauwe stippellijn: de onverstoorde T639 verwachting (roosterpuntafstand 32 km) (ook wel controlerun genoemd)
De groene lijntjes: de 50 verstoorde T639 verwachtingen (roosterpuntafstand 32 km)
De bruine stippellijn: het ensemble gemiddelde (geeft een stabieler beeld dan wanneer je alleen de rode of blauwe lijn zou volgen)
Het KNMI geeft ook een pluim voor 10 dagen op zijn site en die laat nog iets extra’s zien bij de temperatuur. Klik voor meest recente pluim bij KNMI http://www.knmi.nl/exp/pluim/
De bruine bolletjes : de zogenaamde GIDS-verwachting, afgeleid op basis van o.a. de operationele verwachting, het ensemble gemiddelde, en -statistisch- gecorrigeerd voor de systematische fouten.
MOS= Model Output Statistics. Tn=Minimum temperatuur. Tx=Maximum temperatuur.
Duidelijk is te zien hoe de onzekerheid in de verwachting groter wordt naarmate de voorspeltermijn toeneemt. Je kunt vervolgens een vertaalslag maken naar andere regio’s in ons land, maar het is dus onzin om het letterlijk te vertalen naar één specifieke plaats.
Betrouwbaarheid
Dus geeft een app een betrouwbaar weerbeeld? Nee. Zeker wat verder vooruit is het een schijnzekerheid. Maar als de app niet blijkt te kloppen, dan kun jij wel raden wie er dus ‘naast zat’ met de weerverwachting? Juist ja, de boodschapper van het echte weerbericht
Ach, het went. Maar jij weet nu hoe de vork in de steel zit en wat voor complex verhaal erachter zit!
Dit laatste plaatje met dank aan collega Peter Timofeeff
]]>
Ik weet nog goed dat één van mijn collega’s bij het toenmalige Meteo Consult begin 1997 naar mij toe kwam en vertelde dat ze bij RTL5 naast Peter Timofeeff een weerman/vrouw zochten. Of ik een screentest wilde doen. Ik?!
Ik heb ze hartelijk uitgelachen en ben weer verder gegaan met mijn werk. Maar de vraag vanuit RTL met Joke Wartenberg aan het hoofd van de zender bleek serieus te zijn. Oeps.
Hartverwarmend
Ik vermoed dat ik ergens in februari een screentest gedaan heb. Even daarna kreeg ik te horen dat ze het wel zagen zitten. Peter Timofeeff ontving mij met open armen en een dikke knuffel: “Welkom meid! Je gaat een hoop leuke dingen meemaken en als je iets nodig hebt, ben ik er voor je.” Die warmte en openheid kenmerkt de vele collega’s met wie ik heb mogen samenwerken bij RTL.
Mijn eerste persfoto werd even snel gemaakt door uitgenodigde persfotografen (later krijg je daar een aparte fotosessie voor). Ik weet nog dat ik mijn brillenglazen speciaal moest laten ontspiegelen, want er hangen veel felle lampen in de studio. Na een korte periode van inwerken ging ik in begin april 1997 los op RTL5. Toen heette het programma RTL5 Weer en Verkeer en was semi-live: het werd 10 minuten voor uitzending opgenomen, omdat daarna de studio bezet was voor het live RTL nieuws van half acht.
Het decor was een groot bureau met een boekenkast erachter op een podium. Na een korte intro hadden we een kort loopje van een paar meter naar het groene gordijn (chromakey) links daarvan. Daarbij waren er 3 uitdagingen: de timing van het loopje, het afstapje van het podium en het snoertje van de bureaulamp. De lamp is meermalen gesneuveld en we zijn wel een struikelend het beeld ‘ingevallen’.
Na een paar maanden werd van hogerhand besloten dat ik naast de RTL5 uitzendingen ook mocht meedraaien in de poule om John Bernard op RTL4 af te wisselen, samen met Margot Ribberink en Reinier van den Berg. Op beide zenders werkten we op verschillende manieren.
RTL5 versus RTL4
Bij RTL5 werkten we met een weerpresentatiesysteem op de computer, waar we zelf alle kaarten op voorbereiden. Daardoor had je alle controle zelf en klikte je in de uitzending ook zelf door. Bij RTL4 ging het nog ‘ouderwets’: daar tekende en kleurde je de weerkaarten met de hand op papier en dan werkten de grafische afdeling dat uit voor uitzending. De regie klikte dan de kaartjes door op moment dat zij dachten dat het moment daar was. Je begrijpt: beide systemen hebben zo hun uitdagingen. Bij RTL4 uitzendingen hoopte je dat de regie goed oplette en tijdig je kaarten doorklikten. Bij RTL5 moest je veel geduld hebben voordat de weercomputer alle animaties had verwerkt (gerenderd). Een klein foutje en je kon weer een uur wachten. Vervolgens maar hopen dat in de uitzending alles blijft werken zoals bedacht! Ook al was het semi-live, veel tijd om overnieuw te beginnen was er niet. Dezelfde studio werd daarna namelijk meteen gebruikt voor de live RTL-nieuws uitzending.
Wat hebben we gelachen in die jaren. Je werkt met een hele ploeg: redactie, visagie, styling, grafici, video-editors, regie (o.a. geluid, beeld, eindregie), cameraman, floormanager. Dat maakt het zo leuk en afwisselend. Met elkaar ben je verantwoordelijk voor een mooie uitzending. Had je leuke ideeën? Niets was te gek en we gingen er gewoon voor. Het gaf een kick om iets speciaals neer te zetten!
In de beginperiode werd alles nog getapet op banden. Die liepen wel eens vast, waren even onvindbaar of niet bruikbaar vanwege een omgevallen koffiemok. Dan moest je improviseren qua tijdsduur en inhoud. Maar “The show must go on…” Zelfs als tijdens de uitzending blijkt dat je microfoon het niet doet, zijn de spontane acties van de collega’s onvergetelijk.
Nieuws
De weerberichten voor beide zenders werden in 2 aparte kamers naast elkaar voorbereid met een computerruimte er tussenin. Ik kan mij minstens twee voorvallen herinneren die ik niet snel vergeet. De eerste was een harde vloek van John Bernard die tekeer ging tegen iemand in de weerkamer van RTL4. Ik kon het in de kamer ernaast voelen. Toen ik om het hoekje spiekte, bleek er onaangekondigd een cameraploeg in zijn werkkamer te staan om verhaal te halen over het weerbericht aan het strand. Laat ik het zo zeggen; John was niet zo van dat soort verrassingen! Ik vreesde dat ze ook nog een kamertje verder langskwamen, dus heb mij verstopt in de computerruimte tot ze weg waren 
De tweede keer die diepe indruk maakte was toen Margot Ribberink de RTL5 weerkamer binnenstormde. Aan de energie voel je dat er iets loos is. “Heb je de TV aan?” Eh, ja… die staat bij een TV station altijd wel aan, maar ik kijk er niet voortdurend naar. Een blik op de TV was genoeg: het was 11 september 2001 en een vliegtuig vloog in de Twin Towers in New York. Op dat moment weet niemand wat er nu aan de hand is. Er heerste een soort chaos op de nieuwsredactie. Als een fluitketel op volle toeren giert de adrenaline bij iedereen door het dak. Je weet dat het weer dan niet zo relevant meer is, dus probeer je bij te springen en de nieuwsredactie te ondersteunen. De uitzendlijnen zijn voortdurend bezet, dus ik weet dat ik de late weeruitzending om 12 uur ’s nachts maar live heb gedaan. Een lange, intense en zeer enerverende dag, maar eentje waarop geschiedenis wordt geschreven.
Als het weer zelf het grote nieuws is (storm, zware onweersbuien, sneeuwval, fileleed door regen, mogelijk schaatsweer) dan draai je 300%. Vooraf heb je het druk om alles op een rij te krijgen en te gieten in een vorm die behapbaar is voor de kijkers. Op het moment zelf moet je er bovenop zitten (met beperkte informatie) en achteraf komen de beelden en help je te duiden wat er is gebeurt. Dat soort dagen moet je niet te vaak hebben, maar het is natuurlijk wel de kern en de kick van het vak!
Decors
In die 20 jaar heb ik verschillende decors voorbij zien komen. Voor het weer begonnen we met een chromakey. Dat is een groen of blauw doek waar de regie dan in beeld jou voor de weerkaarten zet. Je afkijk is een tv-monitor aan de zijkant net buiten beeld. Vanwege onze haarkleur had John altijd het groene doek en ik vooral het blauwe doek. Voor Peter maakte het niet veel uit. Maar omdat er veel wordt weg gefilterd, gebeurde het nog wel eens dat ineens happen haar verdwenen waren op beeld. Of dat de kleur van de kleding te dicht bij de chromakleur zat en je ineens wat doorzichtiger werd. Dat viel in het niet met knoopjes die pal voor uitzending van je kleding sprongen, de vlek die je ineens ziet op je kleren, de lange ceintuur die ongezien aan de achterkant tussen je benen bungelt op beeld…
Daarna kregen we een echt scherm waar we konden zien wat je aanwees. Eerst klein, later levensgroot. Dat laatste gaf met aanwijzen de nodige uitdaging, omdat ik als presentator de weersymbolen levensgroot zie en enorm moet uitstrekken om iets aan de bovenkant of onderkant van de kaart aan te wijzen. Door alsnog een afkijk aan de zijkant te plaatsen werd het allemaal weer wat natuurlijker. Tijdens verbouwingen van de studio hebben we ook wel eens vanuit de weerkamer gepresenteerd naast een TV-monitor. De uitdaging daarbij was dat je vlak voor uitzending alles zelf moest aansluiten en de monitor naar het midden van de weerkamer brengen. Als dan iets nog net niet bleek te werken, kroop je op handen en voeten onder de monitor en je bureau. Ik heb vaak mijn hoofd gestoten in die tijd! Om nog maar niet te spreken van zeer verwilderd een seconde voor uitzending nét op je plek te zitten…
Met de laatste verbouwing van de studio hebben we weer een groen scherm. Geen gordijn dat ingeschoven wordt, maar een enorme groene wand. Eigenlijk 2 gigantische i-pads en een ‘augmented’ frame waar van alles in 3D geprojecteerd kan worden. Het heeft even tijd gekost voor je dan de afkijkschermen op een -voor de kijker- onzichtbare plaats hebt staan en de camera’s leesbare verhoudingen van het weerscherm te pakken hadden. Vanuit studio-perspectief kun je het retro noemen. Voor de kijker thuis kan zo het nieuws en weer nog intenser worden gebacht.
Lief en leed
Het is eigenlijk een soort huwelijk: je deelt lief en leed. We hebben met elkaar gehuild: om collega’s die (ernstig) ziek werden, overleden of die het persoonlijk zwaar hadden. In 20 jaar vertrekken (en komen) er heel wat collega’s. Afscheid nemen valt altijd zwaar. We hebben vooral ook met elkaar gelachen en genoten van de humor, de vele bloopers, de feestelijke momenten in het leven en fantastische uitzendingen. Naar schatting zal ik er 7000 gemaakt hebben!
Dankbaar
Terugdenkend aan die 20 jaar overheerst vooral dankbaarheid.
– Dankbaar aan iedereen die het vertrouwen heeft gehad dat dit het juiste pad was voor mij.
– Dankbaar aan het gezin, familie en vrienden die mij de ruimte gunden dat ik dit werk mocht doen.
– Dankbaar voor de trouwe kijkers die mij door dik en dun hebben gesteund. Dankzij hun feedback kon ik groeien en worden wie ik nu ben.
– Dankbaar voor de support van al mijn lieve RTL-collega’s: op alle afdelingen, door het hele bedrijf heen.
– Dankbaar dat ik mede door dit werk heel veel mooie mensen heb mogen ontmoeten tijdens mijn dagvoorzitterschappen en talrijke lezingen over weer, klimaat, duurzaamheid en gedrag. Ik ontdek steeds nieuwe dingen en vind het heerlijk mij te verdiepen in de psychologie rondom klimaat(communicatie). Samen maken we de wereld steeds mooier!
Bovenal ben ik dankbaar dat ik met iedereen (dus ook met jou!) dit 20-jarig jubileum mag aantikken!
Op naar de volgende mijlpaal… 
Bovenal ben ik dankbaar dat ik met iedereen dit 20-jarig jubileum mag aantikken! Op naar de volgende mijlpaal…
Ons klimaat
Ons klimaat bestaat uit afwisselend warmere en koudere periodes. Dat is binnen een maand zo, binnen een seizoen, het jaar, decennia, eeuwen en millenia. Ons landschap is zelfs gevormd door vroegere ijstijden, dus onze voorouders hadden er al mee te maken. We kunnen zelfs met ijsboringen de samenstelling van de luchtbelletjes in het ijs meten. Daaruit kunnen we afleiden of het een warmere of koudere periode was, maar ook of er veel vulkaanuitbarstingen in die tijd waren. We kunnen zo ongeveer 800.000 jaar terug in de tijd. Ook bodemmonsters (dan bedoel ik de grondboringen, niet de beestjes ) in oceanen geven een historisch perspectief. Bomen en koraal vertellen wat over het klimaat in een recentere periode.
Je kunt meten wat er de afgelopen 800.000 jaar is gebeurt in de atmosfeer, maar ook op kortere termijn. Dat doen ze in Mauna Loa op Hawaii. Je ziet de jaarlijkse variatie (meer Co2 wordt opgenomen als er veel groeit, minder CO2 wordt opgenomen als er meer afsterft). 2015 wordt weer een recordjaar: voor het eerst gaan we de 400 ppm CO2 permanent over en beloofd het het warmste jaar ooit wereldwijd te worden (even de tijd van de dino’s 60 miljoen jaar geleden daargelaten). Meer vind je op de site van Climate Central.
Als je het klimaat inzichtelijk en meetbaar wilt maken, moet het omzetten naar getallen. De gemiddelde temperatuur over de laatste 30 jaar geldt als ‘ons normale klimaat’. Dat zelfde doen we ook voor de gemiddelde hoeveelheid regen, zon, wind, etc. Zo kan het zijn dat het gemiddeld over het jaar in Nederland 10,1℃ is, maar dat die waarde zelf nooit precies hoeft voor te komen. De nachten zijn meestal kouder, de dagen een groot deel van het jaar warmer. Maar door uit te gaan van die gemiddelden, kun je het vergelijken met voorgaande jaren. Door de jaren heen zie je veranderingen: het wordt natter en warmer in Nederland.
Om wat voorbeelden te geven: nu valt er gemiddeld 833 mm per jaar in De Bilt. Rond 1900 was dat 700 mm gemiddeld. De uitersten in neerslag is 387 mm in het droogste jaar (1988) en 1240 mm in het natste jaar (2003). Dát is ons klimaat.
De gemiddelde jaartemp in NL over 1980-2010 is 10,1℃ en 1602 uren zon. Een recent overzicht van de koudste, natste, droogste en zonnigste jaren vind je hier.
Het grootste misverstand is dat het weer hetzelfde is als het klimaat. Het weer is van alledag. Op korte termijn dus. Dat kent veel variatie. Het klimaat is een statistisch (rekenkundig) gemiddelde. Op lange termijn dus. Als je een gemiddeld getal neemt, zie je de uitschieters dus niet, maar je kunt wel de bijbehorende boven- en ondergrens aangeven. In de grafiek hieronder kun je aan rechterkant voor elke dag dertig jaar lang een dagwaarde geven en dan zie je vanzelf de marge.
Een paar warme dagen (of zelfs een warme maand) is niet het bewijs van klimaatverandering. Maar de kans dat dat in de toekomst vaker gaat voorkomen neemt wel toe met opwarming van de aarde. Als er dagrecords sneuvelen omdat het op die dag nog nooit zo warm is geweest sinds we begonnen zijn met de metingen, dan is dat niet het bewijs dat het klimaat verandert is. Wel dat we deze uitschieter niet eerder gezien hebben (maar we meten pas sinds 1900!). Bij een veranderend klimaat wordt wel de kans groter dat we vaker deze uitschieters gaan beleven.
Een mooie uitspraak: “Het WEER zegt wat je vandaag moet dragen, het KLIMAAT vertelt wat je in je kledingkast moet hebben”.
De wetenschappers zijn het vrijwel unaniem met elkaar eens. Het klimaat op aarde verandert sneller dan je volgens natuurlijke processen kunt verklaren. Het kan niet anders dan dat de mens daar een dominante invloed op heeft. Maar om dat voor 100% aan te tonen, moet je ook de atmosfeer en de oceaan volledig kunnen modelleren. Dat is een vrijwel onmogelijke klus. Dus komt het IPCC met kansen.
“Het is voor 95% zeker dat meer dan de helft van de de huidige opwarming door de mens wordt veroorzaakt. Een krantenartikel uit 1912 toont aan dat het geen nieuwe wetenschap is! Meer oude krachtenartikelen vind je hier.
Klimaatsceptici kunnen dan roepen dat het nog niet 100% zeker is. Dat is correct. Of waar komt de rest van de opwarming vandaan? Tja, we weten nog lang niet alles. We kunnen het nu niet aantonen. Dus of dat uiteindelijk ook door de mens komt of dat de aarde zelf allerlei terugkoppelingsmechanismen heeft… geen idee.
Klimaatsceptici maken handig gebruik van die onzekerheid. In de media is daar onevenredig veel aandacht voor. Iets waar iedereen het over eens is, is geen nieuws. Een afwijkende mening is wel nieuwswaardig. John Oliver heeft tijdens zijn show Last Week Tonight het mooi uitgebeeld, zie op youtube Climate Change Debate.
Er is zelfs een periode geweest in de jaren ’80 dat men sprak van “global cooling”. De aarde warmde niet meer zo snel op en allerlei regenpatronen boven Europa en Afrika verschoven van positie. Extreme droogte in Afrika met beelden van kinderen met hongerbuikjes en vliegen op het gezicht staan nog in mijn geheugen gegrift.
Men kwam er na verloop van tijd achter dat er minder zonlicht het aardoppervlakte bereikte. Dat was te koppelen aan meer luchtvervuiling. Er hing feitelijk een soort mistdeken van aerosolen boven ons hoofd, die ook fungeerden als condensatiekernen (een deeltje wat de omzetting van waterdamp naar waterdruppel mogelijk maakt). Wij trokken de regen als het ware naar ons toe, waardoor er in Afrika te weinig vocht overbleef. Ook voor onze gezondheid is de vervuiling natuurlijk onwenselijk.
Maatregelen om de vervuiling sterk terug te dringen hebben geholpen. De zon schijnt weer sterker, de regengebieden zitten weer waar ze horen, de lucht is schoner.
“Telkens is er een nieuwe hype; wat is er met de zure regen gebeurt?”
In de jaren 90 was zure regen een groot probleem. Bomen stierven bij bosjes, kalkstenen monumenten en gebouwen werden aangetast en het was slecht voor onze gezondheid. Mede door de grote aandacht heeft men de verantwoordelijke vervuiling aangepakt en is het geen bedreigend nieuws meer. Maar het bestaat nog steeds!
De ozonlaag had het zwaar vanwege het gebruik van CFK’s in o.a. brandblussers, koelvloeistoffen en spuitbussen. Dat is een stofje dat niet wordt afgebroken in de atmosfeer. Door een chemische reactie hoog in de lucht wordt de vorming van ozon verstoord en neemt de concentratie van ozon (in een laag tussen 30-50km hoogte) af. Die ozon beschermt ons tegen schadelijke UV stralen van de zon. Het dunner worden van de laag is dus levensbereigend! (schade aan ons DNA!). Nog steeds hoor je geregeld dat de ozonlaag dun is dit jaar (meestal in de winterperiode), maar dat is ook een natuurlijkje variatie. We meten het nog niet zo lang, dat maakt het lastig beoordelen.
Je hebt in windstille situaties ook wel eens teveel aan ozon aan de grond. Dat noemt men dan smog. Ook daar speelt de vervuiling door auto’s en industrie een belangrijke rol in.
Met alle voorbeelden is wel duidelijk hoe complex alles met elkaar samenwerkt. De lucht houdt zich niet aan landsgrenzen. Wat wij in Nederland uitspoken, heeft ook gevolgen voor gebieden elders op aarde. Maar we weten nog lang niet wat precies.
Iets wat afwijkt van het normale is nieuwswaardig. Dat het klimaat verandert is geen nieuws meer. Dat uit een onderzoek (ongeacht of het een valide onderzoek is) blijkt dat het ijs op Antarctica aangroeit, is wel nieuws. Je kunt je ook zorgen maken dat de overige opwarmeffecten dus nog sterker moeten zijn dan we dachten als het ijs juist daar aangroeit.
Dat de opwarming een periode minder snel gaat, is voer voor suggestie dat de opwarming allemaal onzin is. Zo kun je eindeloos blijven debatteren…
Kerndoel: Opwarming van de aarde moet ruim onder de 2 gr blijven; het streven is maximaal 1,5 graden (ten opzichte van pre-industrieel tijdperk). Het IPCC komt in 2018 met een rapport hoe sterk de reducties dan moeten zijn. Dat wordt het eerste ‘plan’ van aanpak. Daarna moeten landen elke 5 jaar hun nationale doelen evalueren en naar boven bijstellen (dus vanaf 2023). Ligt men op koers? Waar kan men het aanscherpen? (het kan zijn dat er nieuwe technieken ontstaan waar we nu nog geen idee van hebben maar later enorm kunnen helpen)
Hoe gaan we dat bereiken?
– Er komt een Fonds met 100 miljard per jaar beschikbaar vanaf 2020 om arme landen te helpen bij klimaatproblemen. Kwetsbare landen krijgen hulp om zich te wapenen tegen de gevolgen.
– In 2050 moet gebruik van fossiele brandstoffen nihil zijn (uitstoot broeikasgassen in evenwicht met de opname ervan).
– Afspraken zijn juridische bindend op de belangrijkste punten. Aanscherpen eigen verantwoordelijkheid van land, maar sociale druk van andere landen helpt al veel.
Meer kun je vinden op de site van de VN (in het engels)
Voor de echte die-hards: klik hier voor het hele rapport.
Alles staat en valt met welke keuze jij maakt. “Jouw kassabon is je stembiljet.” Als jij een gezondere en schonere wereld wilt, moet je je eigen voetafdruk beperken. Jezelf minder kwetsbaar maken, minder afhankelijk van anderen. En dat kan op veel leuke manieren. Alle beetjes helpen. Klimaat, duurzaamheid en gedrag: daar kom ik in een volgende column op terug!
Heb jij nog dingen die je graag in een column uitgelegd wilt hebben? Mail mij jouw suggestie!
http://www.helgavanleur.nl/Columns/24/klimaat-verandering-in-het-nieuws
]]>“Eichen sollt man weichen und Buchen sollt man suchen”.
Onweer is altijd gevaarlijk! Zeker in het open veld. Je weet nooit wanneer de bliksem ergens inslaat. Volgens de Amerikaanse weerdienst kan er 16 km verschil zitten tussen de regen en de inslag. Dus zodra je de donder hoort, is het al gevaarlijk buiten.
Om te bepalen hoe ver de bliksem verwijderd is, kan men het aantal seconden tellen tussen het zien van de bliksem en het horen van de donder. Elke 3 seconden staat voor ongeveer 1 km afstand.De bliksem zelf is al een groot gevaar voor de omgeving vanwege de enorme snelheid waarmee de bliksem kan inslaan. Aan de helwitte kleur soms voor het oog tegen het blauwe aan geeft aan dat de bliksem een hele hoge temperatuur heeft die kan oplopen tot wel 30.000 graden, veel heter dan de oppervlakte van de zon.
In het midden het aantal keren onweer per jaar.
Vrijwel alle dingen geleiden stroom beter dan lucht dat doet. Daarom zal de bliksem bij voorkeur via bijvoorbeeld bomen en hoge gebouwen stromen. Ook ijzeren hekwerken of water zijn goede geleiders. De blikseminslag veroorzaakt echter ook een gevaar door het potentiaalverschil in de grond (dus zodra jouw voeten of de poten van vee iets uit elkaar staan, is er potentiaalverschil en kun je getroffen worden via de grond).
Als vuistregel geldt dat de bliksem door een hoog object wordt “aangetrokken” in een gebied met een straal van ca. 1/3 van de hoogte van het object. In een woestijn zal de bliksem juist het laagste punt opzoeken. Het zand is namelijk een zeer slechte geleider en de bliksem zal dus het punt opzoeken waar zo min mogelijk zand hoeft te worden doorkruist om bij het grondwater te komen. In een zandwoestijn kan men daardoor in de dalen zeldzame glazen fulgerieten vinden daar waar de stroom van een bliksem door het zand is gegaan
Door “de kooi van Faraday” is men relatief veilig in een metalen auto met gesloten dak. Ook een metalen afsluitbare boot kan als een kooi van Faraday werken wanneer men in de kajuit zit. De meeste pleziervaartuigen zijn overigens niet van metaal maar van kunststof, terwijl ze wel een metalen mast hebben, en daarmee zeer onveilig bij onweer. Een blikseminslag kan de kiel doen scheuren. Zwemmers dienen direct het water te verlaten. In een huis ben je ook redelijk veilig, mits je niet in de buurt van koperen leidingen of elektrische kabels bent. Ook schijnt douchen en badderen een afrader te zijn.
De kans dat je geraakt wordt door de bliksem is gemiddeld 1 op 2 miljoen. In gebieden met veel onweer (bijv. de tropen) is de kans groter. In Nederland worden gemiddeld 10 mensen per jaar getroffen voor blikseminslag, waarvan er gemiddeld 5 het niet overleven.
Wanneer men buitenshuis verrast wordt door onweer kan men het beste uit de buurt van hoge punten blijven en ook vooral zorgen dat men zelf niet het hoogste punt is. In het open veld kan men het beste gehurkt en ineengedoken gaan zitten met de voeten tegen elkaar aan. Niet gaan liggen! Aangezien bomen de bliksem aantrekken, is schuilen onder een boom zeer gevaarlijk.
Stroom loopt altijd aan de buitenkant van een voorwerp, nooit door de kern. Dus langs de buitenkant van een kabel, langs de bast van de boom. De groeven in de stam houden makkelijk water vast. Dat houdt in dat bomen met een grove bast heel makkelijk bliksem aantrekken. Acacia’s zijn wat dat betreft berucht. Maar ook eiken zijn gevaarlijk. In het verleden werden wat verder weg van een boerderij dan ook eiken geplant die men fors liet uitgroeien en die dienden dan ook als een eerste vorm van bliksemafleiders. In Duitsland zegt men: Eichen sollt man weichen und Buchen sollt man suchen. (Eiken moet je ontwijken en beuken moet je zoeken.) Een beuk heeft een gladde bast en de stam wordt door het dichte bladerdek bijna nooit nat. De kans dat een bliksem dan inslaat zou kleiner zijn. Ook beuken trekken, in tegenstelling tot wat sommige volkswijsheden en weerrijmpjes beweren, de bliksem wel degelijk aan! Neem het risico nooit!
Slaat een bliksem eenmaal in dan kookt een boom binnen één seconde en wordt de sapstroom ineens stoom. En dat zet met een enorme knal uit. Soms worden zijtakken en stukken hout tot wel 400 meter weggeslingerd en dat veroorzaakt als het verkeerd gaat een hoop ellende. Zeker als je beseft dat een flinke zijtak al gauw zo’n 500 kilo weegt.
Dus blijf bij onweer gewoon binnen en sluit ramen en deuren. Want bliksem blijkt ook dol op tocht te zijn en komt dan bij wat oudere huizen via de schoorsteen binnen. Fabel?
Een anekdote over tocht en bliksem: Dat gebeurde bij een broer van de opa van Clemens van Rijthoven in Dorst.
Zonder erg had hij de klep van de schouw niet dicht gedaan en stond in de deuropening wijdbeens te kijken naar een wegtrekkende onweersbui. Plotseling sloeg de bolbliksem die op de tocht af kwam en met de luchtstroom meeging de schoorsteen in en suisde tussen de benen van de man in de deuropening naar buiten zo tegen een boom waarbij de bol uiteenspatte met een enorme knal. De binnenkant van zijn broekspijpen waren geschroeid en de hele kamer zag zwart. Maar verder.. niets aan de hand. Moet er toch niet aan denken…
Bronnen: o.a. Wiki Bliksem en mensen, Wiki Bliksem, Clemens van Rijthoven